Dorpshistorie

Beltrum%201952%20dorpsstraat%20winkel%20ribbers

Bekijk hier het verhaal van de dorpswinkel.

Beltrum is een dorp in de Nederlandse gemeente Berkelland (provincie Gelderland) Het is gelegen in de landstreek de Achterhoek.

Beltrum is tevens een voormalige gemeente, die bestond uit het in het midden van de 19e eeuw in de buurschap ontstane dorp en de buurtschappen Lintvelde, Avest en Zwolle (Gelderland). Op 13 april 1819 werd Beltrum bij de gemeente Eibergen gevoegd. Sinds 1 januari 2005 behoren dorp en buurtschap tot de gemeente Berkelland.

Geschiedenis

De geschiedenis van Beltrum (een verbastering van Belteren of Velteren) als zelfstandige eenheid begint in 1236. Toen verkocht een jonker van Borculo, die mogelijk in geldnood verkeerde, de villa Groenlo en een gebied eromheen aan de graaf van Zutphen. De latere stad Groenlo was vanaf dat moment een enclave in Borculoos gebied. De Groenlose burgerij en instellingen, zoals het gasthuis en de kerk hadden bezittingen in Beltrum. Tot de “geestelijke” goederen behoorden onder meer de erven Schurink en Gunnewijk. Tot de voogdij Beltrum behoorden in de 17e eeuw de buurschappen Beltrum, Lintvelde, Avest en Zwolle. De marken van Beltrum en Lintvelde hadden ook enige rechten in de mark van Zieuwent en Ruurlo, toentertijd ook wel het Heerenbroek genoemd.

Beltrum, R.K. Kerk: Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming

Bij de volkstelling in 1748 werden in Beltrum 223 gezinnen geteld, waarvan 122 in de buurschap Beltrum, veertig in Lintvelde, vierendertig in Avest en zevenentwintig in Zwolle. Uitgaande van een aantal van 5 personen per gezin werd de totale bevolking geschat op 1115 personen. In 1811 telde de gemeente Beltrum 1724 inwoners.

Tussen 1740 en 1770 nam het aantal nieuwe vestigingen fors toe, met name in de buurtschap Beltrum, waar men in het laatstgenoemde jaar 140 gezinnen telde. Het verpondingskohier uit de 17e eeuw biedt voor de buurtschap Beltrum: 28 gewaarde erven, 22 halve erven en 34 katersteden. In 1817 telde de kadastrale gemeente Beltrum (inclusief Zwolle) 266 huizen (waarvan in de buurschap Beltrum 149). De kadasternummering begon bij Bouwhuis of Spilman in Avest.

Ook toen in 1236 Groenlo van de ’’Heerlijkheid Borculo ” was afgescheiden, bleef de voogdij Beltrum tot aan de Franse-tijd bijeen. Bij de komst van de Franse troepen in januari 1795 is de „ Heerlijkheid Borculo ” opgeheven. Op 15 – 10 – 1795 zijn door de Franse bestuurders de gemeente Beltrum vastgesteld uit de buurtschapen Avest – Beltrum – Lintvelde en Zwolle.

Toen de Fransen in november 1813 waren verdwenen is in maart 1815 het Koninkrijk van de Nederlanden uitgeroepen. Bij het besluit van „ De Hooge raad van Adel” op 20 februari 1816 is Beltrum het recht verleend tot het voeren van een eigen gemeentewapen.

Het gemeentewapen uit die tijd draagt een Franse tekst.

In 1795 werd Beltrum een zelfstandige gemeente met een zwak financieel draagvlak. De gemeente nam een aantal taken van de vroegere voogdij over, waaronder het onderhoud van wegen. Uit de boedel van de mark en de kerk kwam de zorg voor het onderwijs. De mark zelf bleef verantwoordelijk voor het bestuur van en toezicht op de gemeenschappelijke gronden.

Bij koninklijk besluit van 17 februari 1819 werd Beltrum bij de gemeente Eibergen gevoegd, na onenigheid met burgemeester J.B.A. Batenburg van Beltrum en de Gedeputeerde Staten. Rechterlijk gezien behoorde de gemeente al tot het kanton (Vredegerecht) Eibergen sinds 1811. Hierdoor ontstond er een onderscheid naar mentaliteit en oriëntatie – die van het katholieke en stadse Groenlo en het hervormde Eibergen.

Dat Beltrum niet bij Groenlo werd gevoegd werd mede veroorzaakt door het feit dat de oude Gelderse steden na het herstel van de onafhankelijkheid in 1813 een bijzondere positie kregen binnen de provincie die herinnerde aan de periode van ridderschap en steden tot 1795. Daardoor werden ook de oude stads- of gemeentegrenzen gehandhaafd. Pas de fusie van de gemeenten Groenlo en Lichtenvoorde en delen van de gemeente Eibergen, waaronder Zwolle, delen van Avest en Voor-Beltrum in de nieuwe gemeente Oost Gelre, betekende voor deze buurschappen het einde van de in 1236 ontstane scheiding tussen de stad en het kerspel Groenlo.

Beltrum werd getroffen tijdens de stormramp van 1927, waarbij ongeveer twintig boerderijen middenin de baan van de tornado lagen. Het schadebeeld was zeer groot.

Beltrum, Kern van formaat,  (± 3.000 inwoners) en aan de Groenlose kant van Berkelland ligt Beltrum. Beltrum  is de grootste kleine kern van de gemeente Berkelland.. De R.K. parochie speelt een belangrijke rol in het dorp. De gemeenschapszin in Beltrum is het cement van de Beltrumse samenleving. Er is met vele inwoners gewerkt aan een nieuw compact Kulturhus de Wanne dat letterlijk het ‘kloppend hart” van Beltrum is geworden.

In Beltrum hebben ze al meer dan een halve eeuw een passie voor dahlia’s. In 1961 trok voor de eerste keer een bloemencorso door de straten van het dorp en werd de basis voor een prachtige traditie gelegd die jaarlijks door vele duizenden mensen werd bezocht. 

Maar… heeft het traditionele Bloemencorso ook richting toekomst bestaansrecht? Bij de Beltrumse wagenbouwers ontstond de afgelopen jaren twijfel. Doorgaan op de huidige voet – met een traditioneel corso – zou een doodlopend spoor kunnen zijn. In de winter van 2011/2012 staken de Beltrumse wagenbouwers de hoofden bij elkaar en discussieerden over de toekomst van hun corso. Uniek is wat er vervolgens gebeurde. De gezamenlijke wagenbouwers ontwikkelden een nieuwe opzet: een totaalevenement voor het hele gezin, waarvan het Bloemencorso in een compleet nieuw jasje onderdeel is. Andere pijlers onder het nieuwe totaalevenement zijn Straattheater en Muziek. Het nieuwe unieke festijn kreeg de toepasselijke naam Festunique. Na de succesvolle edities van 2012 en 2013 is één ding duidelijk: Festunique is een schot in de roos.

Beltrum is de bakermat van de survival. Lees hier de historie van de Beltrumse Survival Run

En in Beltrum is de grootste klompenfabriek van de wereld gevestigd.

Het hart van ’s werelds grootste klompenproductie ligt in het oosten van Nederland aan de Grolseweg in Beltrum. Daar nam Paul Nijhuis 40 jaar geleden het stokje over van zijn vader. Als sinds 1938 is alles wat met houten klompen te maken heeft in de familie Nijhuis verenigd. Van rationele draagklompen tot kleine souvenirklompjes, alles wordt in huis gecreëerd. 

Het dorp beschikt over een basisschool, een supermarkt, twee cafés en diverse grotere en kleinere bedrijven.

 

boterfabriek%20jan%20kok%20platte%20grond

 

In de 19° eeuw hadden de bewoners in onze omgeving als boer een gesloten levensonderhoud. Dit hield in dat men leefde van de middelen welke men bezat of op eigen grond verbouwde.

Doordat deze bewooners geen of weinig geld bezaten bestond hun handel uit ruilhandel. Om enig geld voor kleren of levensonderhoud te verwerven werden er op markten hun overtollige eieren – boter en vee ten gelde gemaakt.

Door samenwerking wensten de Beltrumse boeren de kwaliteit van hun producten te verbeteren, hiermee hoopte men bij verkoop ervan, een hogere prijs te ontvangen.

Op 7 mei 1894 hebben toen een 50 tal boeren zich uitgesproken om te komen tot een fabriek voor de melkverwerking en het maken boter. Door deze samenwerking kon men hun sobere bestaan verbeteren, door een gezamenlijke productie en afzet van boter. Door de oprichters van de „ Naamloze Vennootschap , de Beltrumse Roomboter-fabriek” is op 10 aug. 1894 de bouw van een zuivelfabriek aanbesteed. Op 15 nov. van dat zelfde jaar is de nieuwe fabriek in gebruik genomen. Het was de 15° melkfabriek in de Achterhoek en Liemers. Later zijn er in dezelfde regio nog 34 bijgekomen. De boter uit onze fabriek was van een dusdanige kwaliteit dat men hiervoor in de begin jaren zowel nationaal als internationaal een tiental ere- prijzen hebben ontvangen. Deze samenwerking heeft ook geleid tot het oprichten van een „Onderlinge veeverzekering van rundvee” op 1 jan. 1902. In de jaren rond ±1910 ontstonden er in diverse buurten rundvee fokverenigingen, welke zowel de melk- als vlees productie verbeterde. Nog vóór 1950 zijn deze samengevoegd in een fokvereniging „ Beltrum en Omstreken “. De combinatie van deze en andere onderlinge samenwerkingen hebben er toe geleid dat aan de levensstandaard van de Beltrumse bevolking veel is verbeterd.

De fabriek is in 1894 gebouwd in de Beltrumse Es, zie; Overzicht tekening van ± 1900. Om aan de behoefte van uitbreiding te voldoen zijn de gebouwen aangepast in de jaren ; 1907 -1923 -1939 -1949 -1950 -1959 -1961 en in 1982.

Bij de aanpassing van het ketelhuis is in aug. 1939 is de huidige schoorsteen op een ruime afstand van de fabriek gebouwd. De hoogte ervan is 35 m. en heeft op een diepte van 2.50m. een fundering met een oppervlakte van ± 30 vierkante meter.

Vele jaren zijn onder het eigen Grutto label, pakjes roomboter onder dit eigen merk verkocht.

De melkontvangst in Beltrum is op 31-12-1970 gestopt.

In 1972 hebben de gebouwen een andere bestemming gekregen.

De fokvereniging „ Beltrum en omstreken ” is op 24-3-1949 opgericht. Deze fokvereniging is op 1-2-1987 opgegaan in „ Veehouderij belangen Groenlo”.

 

2011%20Grutto%20merk

 

/////\\\\\

—————————————————————————————–

……… zo was ’t vrooger ……… (deel 4)

Hoe de boerderij “Boome” de naam “de Blenke” heeft gekregen .

Volgens het bevolkingsregister van 1817-1825 welke van de opgeheven gemeente Beltrum is bijgehouden, heette deze boerderij toen „ Boome “. Deze boerderij is bij verschillende families in gebruik geweest. In 1817 woonde hier de fam.te Boome – Startman. Het laatste echtpaar te Boome was Gerrit Job. te Boome en zijn vrouw Hermina Vos. Zij kregen 7 kinderen, allen dochters. Hun oudste dochter Johanna Berendina is op 14-3-1853 geboren. Zij was het laatste Beltrumse pasgeboren kind welke in de R.K. Calixtus kerk van Groenlo is gedoopt, voordat de Beltrumse parochie een eigen pastoor had.
In 1889 is zij met Jan H. Donderwinkel gehuwd en werden hierdoor de latere hoofdbewoners. Na vertrek van de inwonende vader- resp. schoon-vader in 1893 waren dit kinderloos echtpaar de enige bewoners. Op 21- 4 -1897 is de vrouw overleden, hierna is haar man in aug. 1897 weer naar zijn geboorteplaats Lichtenvoorde teruggekeerd, waardoor deze boerderij leeg kwam te staan.
In oktober 1898 is de fam. Klein Falkenborg met hum 5 zonen op deze leegstaande boerderij komen wonen. Zij waren de laatste bewoners op boerderij „ Blenke”. Doordat de gehele fam, Klein Falkenborg verhuisde van de Zieuwentseweg naar de Abbinksweg is de herkenningsnaam van deze boerderij en hun bewoners van ,,Boome ” gewijzigd in „ Blenke”. De verdwenen boerderij „ Blenke ” stond aan de Zieuwentseweg tussen de huidige huisnummers no. 16 en 18.

De oorzaak dat er in de jaren 1850-1900 in Beltrum enkele tientallen boerderijen leeg kwamen te staan had verschillende redenen. In sommige gevallen was dat het overlijden van de laatste bewoner. Meestal was dat hun vertrek, hetzij naar een andere bewoning en soms vertrok men – over den groten kolk – naar Amerika. Door deze verhuizingen kregen de gronden meestal een andere gebruiker, dergelijke percelen kregen dan meestal de naam waarin men dan de vorige eigenaar of gebruiker kon herkennen. De behuizing verdween dan na enige tijd, of werd overgenomen om dan later als stalling of boerenschuur dienst te doen.
In het Beltrumse gebied waren er tot aan de ruilverkavelingen vele tientallen grondpercelen met een naam welke verbonden was aan een verdwenen boerderij. Dergelijke namen krijgen pas echt een betekenis als men weet, waaraan deze naam is verbonden.
De plaatselijke samenstellers van het boek „ Boerderij en veldnamen in Eibergen”
hebben nagelaten, om dergelijke naamgeving ook onder de aandacht van de lezer te brengen.
De broodnodige schaalvergroting was voor de fam. Klein Falkenborg aan de Abbinksweg niet mogelijk. Dit was de reden dat deze familie aan de Rentinksweg een nieuw bedrijf heeft opgezet. Dit moderne landbouwbedrijf is in 1974 in gebruik genomen en de hele familie is er toen ook gaan wonen. Deze hebben toen hier ook hun herkenningsnaam “Blenke” behouden, ondanks dat deze familie de gelijknamige boerderij in 1898 al hebben verlaten.

Toen de fam. Klein Falkenborg was vertrokken heeft deze behuizing zowel verschillende bewoners als gebruikers gekend. In deze periode heeft een beginnende corsowagenbouwers- groep in het leegstaande gedeelte hier hun eerste bouwplaats en opslag gehad. Om deze reden heeft deze groep wagenbouwers de naam „ de Blenke ” als hun groepsnaam aangenomen.
In 1980 heeft de huidige eigenaar deze boerderij gekocht. Nadat zij eerst hun nieuwe huis hadden opgeknapt, is het jonge paar Te Veluwe – Koster in aug. 1980 hier komen wonen. In de leegstaande bedrijfsgebouwen hebben zij toen een varkensbedrijf opgestart. Door de recente landbouwmaatregelen hebben zij gemeend met de varkenshouderij te moeten stoppen. Zoals vele oude boerderijen is ook deze karakteristieke boerderij nu een bewoond decorstuk in het landschap, waarin men alleen kan wonen als men gevoel en begrip voor het buitenleven heeft.

Beltrum, maart ’05. Jan Kok
,,oet Beltrum”.

—————————————————————————————–

……… zo was ’t vrooger ……… (deel 5)

…… „Hofstee” ……

Dit is een boerderij in Beltrum op het adres Zieuwentseweg 14.
Volgens het bevolkingsregister van 1817-1825 werd deze boerderij toen bewoond door de fam. Peppelenbos –Stoverink en werd in die tijd „Sweers” genoemd. Deze bewoners hebben zich later aan de Broedersweg gevestigd. 

De volgende bewoners waren, Hendrikus te Hofstee, gehuwd met Helena Klein Haneveld, zij kwamen van de boerderij „Hostede”. Deze familie is in 1829 op Sinte Peter (22 februari) van haar huis Grolseweg naar Sweers vertrokken en zij daar gaan wonen. 
Het is aannemelijk, dat vanaf deze tijd de boerderijnaam Sweers is omgezet in Hofstee.
Dit echtpaar te Hofstee-Klein Haneveld is kinderloos gebleven .Hendrikus te Hofstee was op 31 maart 1785 geboren en is op 15 februari 1860 overleden.Zijn vrouw, Helena Klein Haneveld, was geboren op 16 maart 1971 en is op 15 november 1867 overleden.Na het overlijden van dit echtpaar heeft de vanaf 1836 inwonende neef de bewoning overgenomen. De in wonende neef was Jan H. klein Haneveld. Hij was op 15 Oktober 1830 in Vreden (Dld.) geboren. Hij trouwde op 30 april 1869 wettelijke met Jacoba Groot Beernink, die op 10 september op de „Voshaar ”in Beltrum was geboren. Ook dit echtpaar is kinderloos gebleven. Jacoba overleed op 27 december 1901, Hendrikus na enkele jaren later, n.l.op 5 juni 1904 gestorven.

In 1906 is Grada ten Have, weduwe van J.H. Klein Haneveld, komende van K78, samen met haar 2 kinderen in dit huis gaan wonen.De dochter, Hendrika Klein Haneveld, geboren op 4 februari 1880, is in 1909 in Groenlo aan de Groeneweg gaan wonen. Haar enige zoon Johannes klein Haneveld, geboren op 17 juni 1871, is hier blijven wonen tot hij op 1 augustus 1919 is overleden.
Vanaf 30 augustus 1919 is de in Groenlo wonende dochter Hendrika samen met haar man, Antonius klein Gunnewiek en hun 4 kinderen weer bij haar moeder thuis komen wonen. Hierna zijn nog 2 zonen geboren, te weten Hendrikus in september 1919 en Franciscus in juli 1921, waardoor hun kindertal op 6 kwam.

De weduwe Grada klein Haneveld-ten Have is op 81 jarige leeftijd in 1921 overleden.Eén van de zonen , die Theo Hofstee werd genoemd, maar eigenlijk Johannes Theodorus klein Gunnewiek heet, is in 1948 met Geertruida Ch. Tank getrouwd. Samen met hun tien kinderen hebben ook zij de herkenningsnaam „ Hofstee”gedragen en doorgegeven.

Met het bovenstaande is uit gelegd, waarom er mensen uit Beltrum met de familie-naam Klein Gunnewiek worden benoemd als „Hofstee”.

Januari 2003. 
Jan Kok,
„oet Beltrum”.

—————————————————————————————–

……… zo was ’t vrooger ……… (deel 6)

..….Wandelpark de Stroet …

Op een stuk grond waar in 1846 de eerste Beltrumse kerk is gebouwd, was nog tot september 1851 eigendom van de Fam. Hassink . Op het overgebleven stuk van dat perceel grond hebben de gezusters Hassink in 1899 een nieuwe bewoning neergezet, en zijn daar toen gaan wonen. Deze familie woonden daarvoor op de plaats waar nu de woningen Dorpsstraat 25 – 27 staan. In 1925 is dit huis gedeeltelijk opgenomen in de nieuwbouw van het Gerardus Majella Gesticht.
Het perceel grond waarop de kerk is neergezet ligt in de kadastrale sectie Beltrumse Esch en was heel vroeger bekend onder de naam ,,Empenbulten ”. 
De grond waarop zowel de kerk is gebouwd en het kerkhof is aangelegd, zijn ten opzichte van hun omgeving hooggelegen. De gronden waarop nu ons kerkhof en de Haarstraat ligt, met daartussen het wandelpark, behoorde bij het ,,Niënhuis” uit Lintvelde. In ± 1825 is de familie Harbers hiervan de eigenaar geworden. 
Ons parochiekerkhof ligt in de buurtschap Lintvelde en is in 1853 voor het eerst in gebruik genomen. Naast deze begraafplaats is in 1855 een bewoning neergezet, deze werd het laatst bewoond door de fam. Veltmaat, welke hier een bakkerij had. Dit huis in 1977 verdwenen. Aansluitend op dit erf lag er aan de westkant lager gelegen gronden. In het gedeelte van het park dat nu tegen de aanleunwoningen aan ligt, was zeer nat en laag gelegen. Hier stonden planten en struiken welke van natte voeten hielden. Veel overbodige regenwater liep naar dit lage punt,door de afvoer van dat overtollige water is hier de vroegere Tamsbeek ( nu Kooigoot ) ontstaan. Dat soort begroeide waterplassen werden in het algemeen met – stroe – aangeduid. Deze waterpartij is in loop der van de jaren verdwenen, doordat deze met allerlei afval is volgestort. Waardoor deze grond begaanbaar en zodoende bruikbaar is gemaakt.
Waarschijnlijk heeft ons wandelpark de naam „ de Stroet ” gekregen, omdat deze op dezelfde plaats ligt dan de reeds verdwenen begroeide waterpoel. De naam Stroet komt van de benaming stroet wat moerassig betekent in oud Fries. 

 Jan Kok,
„ oet Beltrum”.

—————————————————————————————–

……… zo was ’t vrooger ……… (deel 7)

……De weg van Beltrum naar Zieuwent…

Volgens kadaster tekeningen uit 1832 liep de weg van Beltrum naar Zieuwent in die tijd tot ongeveer Zieuwentseweg 5 en 10 nabij de boerderij „de Schutte”, waar deze zich splitste in 3 wegen, welke liepen tot aan de Poeldersdijk. De rechtse weg kwam uit bij het oprit naar de boerderij van de fam. te Boome (Poleman). De middelste monde uit op de Poeldersdijk, waar nu de laan naar de boerderij van de fam. Helmers op de Poeldersdijk begint. De linkse weg kwam uit tussen de weg naar de „Voshaar” en het huis waar nu de fam. ter Bogt (Bonenkamp) woont.
In die tijd liep de Abbinksteege (nu Abbinksweg) ongeveer vanaf het „ Café Halfweg” aan de Grolseweg door naar de Ruurloseweg. Deze kwam uit op de weg van Groenlo naar Ruurlo op de plaats waar ± 1850 de fam. Wolterink het café „ de Kemper” oprichtte.
Bij een van de afwegen van deze steege kwam bij de fam. Rinders (Timmerman op het Liezendarp) de Poeldersdijk op de Abbinksweg.
Het laatste stuk van de Abbinksteege is vanaf Zieuwentseweg 14 ( Hofstee) in ± 1840 verlegd. Door deze verlegging is er bij de boerderij „Vosseberg ” (nu Hemminksweg 2) een brug over de Slinge gelegd om daarover de Ruurloseweg op te kunnen komen. Later is de weg naar Zieuwent doorgetrokken. De burg welke toen over de Slinge is gelegd, heeft toen de naam „Vossebargbrug ” als herkenningsnaam gekregen.
Omdat in die tijd (1847) ons kerkdorp is ontstaan, ontstond er in Beltrum de behoefte aan wegen welke de bewoners naar het nieuwe kerkdorp leidden.
Volgens de Gem. Wegenlegger is er tussen 1862 en 1872 een rechtstreekse verbinding gemaakt tussen de Schuttendijk (bij de Schutte) en de Abbinksteege (bij Hofstee), welke zich met de Poeldersdijk kruiste. Door dit tussenstuk werd ook de afstand – noar het darp – verkort. 
Hierdoor ontstond er ook een betere verbinding tussen de „ Heelweg ” (Borculo – Groenlo)
en de enigszins verharde „Rijksweg” (Zutpfen – Winterswijk). Ook kwam er een betere verbinding tot stand tussen het nog jonge dorp Beltrum en het veel oudere Zieuwent. Het Beltrumse gedeelte van deze weg heet tegenwoordig de Zieuwentseweg. Komend vanuit Beltrum staan sinds mensenheugenis juist na de Poeldersdijk aan de rechter zijde, drie dennenbomen pal aan de weg. Dit herkenningspunt was voor de oudere voorbijgangers een herinnering aan het verleden, omdat dit voor hen in de jeugdjaren een ontmoetingsplaats was. 
Bij de werkzaamheden in 1953 – 1954 om deze weg geschikter voor het gemotoriseerde verkeer te maken, waren de plannen zodanig ontworpen dat men de genoemde bomen kon behouden. Ondanks deze goede voornemers zijn enige jaren hierna deze bomen alsnog door de wegbeheerder afgezaagd. Dit was tot ongenoegen van vele dorpsgenoten.
Later is de ontstane lege plaats op initiatief en met medewerking van de (nu opgeheven) plaatselijke K.P.J. weer met vervangende bomen opgevuld. Op de Nat. Boomplantdag van 1980 is toen door de 77 jarige Dorus ter Bogt (Bonenkamp) als buurtbewoner, op dezelfde plaats opnieuw drie dennen gepland. 
Hierdoor zijn „ de Dree dennen ” gebleven.

Jan Kok,
„ oet Beltrum”.

—————————————————————————————–

…..… Zo was het vrooger .……(deel 8)………..

—- Het Maria – monument.

 In 1927 heeft pastoor Ger. W. Hanse onze parochie verlaten, hij is toen naar Gendringen vertrokken. Als zijn opvolger is de 52 jarige Hendrikus Fr. van der Horst op 8 april 1927 vanuit Groningen naar Beltrum gekomen. Hij werd onze zesde pastoor. Deze stoere voor-1 ganger leidde met grote doortastendheid de Beltrumse bevolking. In geval van nood stond hij iedereen terzijde, ook de anders denkenden uit onze gemeenschap.
Tijdens zijn predikaties liet hij met welsprekende aansporingen steeds blijken, een innige Maria vereerder te zijn. Hij verzocht zijn parochianen hem daarin te steunen en te volgen. Zijn verering tot Maria ging zo ver dat hij in 1937 bij zijn 40 jarig priester jubileum door zijn parochie een Maria – monument kreeg aangeboden. Deze stenen getuigenis werd midden achter onze kerk, tussen de kerk en de openbare weg, geplaatst. Op 15 augustus, de feestdag van onze parochiepatrones, is het beeld onthuld. Op de onderbouw van ± 2,5 m hoog staan bovenaan met grote letters o.a. MARIA REGINA. Hierboven staat een levensgroot beeld dat de moeder Maria met Kind voorstelt, welke met haar Iinkervoet op een slang staat.
Door de bloemenbakken aan weeszijden, en de halfhoge gedeelten waarin het leven van Maria stond afgebeeld, had deze hoekige onderbouw een strak aanzien. Mede door het siersmeetwerk kreeg het geheel een sierlijk, en het Mariabeeld, een verheven aanzicht.
Tijdens de plaatselijke vemieuwingsdrang in de midden jaren ’60 is dit bouwsel verdwenen. Later zijn aan en naast de kerk het beeld en de beide panelen van dit monument herplaatst. Door de invloed van het weer, kan men aan behoud ervan twijfelen. De dingen uit ons dorp welke ons herinneren aan een tijd, waarin onze gemeenschap door devotie en samenwerking met elkaar waren verbonden, verdienen onze extra aandacht.


Jan Kok,
„ oet Beltrum”.
 

——————————————————————————————

——-Zo was ’t vrooger ——–(deel 9).

—- in en um onze karke —

 In 1846 is op grond van Hassink onze kerk gebouwd. Hij woonde toen aan de tegenwoordige Dorpsstraat. De grond welke hij hiervoor beschikbaar stelde lag in de hoek van twee onverharde wegen. De ene was de doorgaande weg van Borculo naar Groenlo, en de andere was een z.g.n. ontsluitingsweg, deze liep toen vanaf Beltrum via het tegenwoordige boerderijen Rotink – Bruggert en Boenink ook naar Borculo.

Deze nieuwe kerk had een buitenwerkse afmeting van 26×15 m. met een pannendak en had aan de noordzijde (kerkhof zijde ) een eenvoudige klokkentoren. Het nu aanwezige dwarse gedeelte (transept), de pastorie en de huidige grote toren zijn later bijgebouwd.

In 1864 is deze kerk al uitgebreid met een priesterkoor. Toen kreeg de kerk kolommen en bepleisterde gewelven. De huidige toren is in 1894 gebouwd, en het hele kerkgebouw is toen tegelijkertijd van een nieuwe buitenmuur voorzien. De huidige doopvont is een geschenk uit 1895. In ± 1910 is de marmeren middengang aangebracht. Nog voor 1915 is er een nieuw orgel aangekocht en achter in de kerk, op het zangkoor geplaatst. De preekstoel dateert  van 1917 en in 1926 werden op het dak de pannen door leien vervangen.

Door het aanbouwen van een transept (dwars gedeelte) en een nieuw priesterkoor werd in 1929 de laatste uitbreiding van het kerkgebouw gerealiseerd. Hierbij is het kerkgebouw toen voorzien van kolommen en gewelven in schoonmetselwerk. De zijmuren zijn toen op gelijke hoogte gebleven, maar wel voorzien van de huidige ramen. Deze nieuwbouw is in 1930 ingewijd. De muurschildering van de kerk werd in 1930-1935 aangebracht en is door een schenking bekostigt. Op 26-2-1943 is de kerk  getroffen door een Amerikaanse voltreffer. Behalve een gat in het kerkdak en in de gewelven van het transept, ontstond er ook veel glasschade.

In 1931 heeft een plaatselijke familie drie nieuwe luidklokken aan de kerk geschonken. Hiermee kwam het aantal kerkklokken op vier. Deze hebben dienst gedaan tot 19-2-1943, omdat deze  toen werden geroofd  door de Duitsers. Om het zicht op de torenklok te verbeteren, zijn de wijzerplaten in ±1935 hoger aangebracht. Deze zijn toen van de zijkant de toren naar het hoger gelegen torendak verplaatst. Het aantal wijzerplaten kwam toen van twee op vier.

Het oudste gedeelte van onze pastorie ( met pannendak ) is in 1852-1853 gebouwd. Het platte dakgedeelte van de pastorie in ± 1927 bijgebouwd.

Toen J.B. van Oij in april 1853 als 1° hoofd van de kerk naar Beltrum kwam ging hij in de nieuwe pastorie wonen. Na zijn pastoors benoeming in 1855 is hij met zijn dienstboden hier blijven wonen. Het naast de kerk gelegen zustershuis de “ Gerardus Majella Stichting ” is in 1926 gebouwd.

Toen in 1855 de Beltrumse kerk zelfstandig werd, en vrij kwam van het Groenlose kerkbestuur, kregen wij een eigen kerkbestuur met pastoor J.B. van Oij als hoofd. Waarschijnlijk hebben deze zich vanaf die tijd ook bezig gehouden met de inrichting van de grond welke rondom de kerk en pastorie waren gelegen.

Het was in het midden van de 19° eeuw gebruikelijk, dat men voor een goed aanzien in parkachtige tuinen meestal exclusieve en/of buitenlandse bomen en struiken plaatste. Deze bomen zorgden dan vaak voor een bijzondere uitstraling en hadden een lange levensduur. Voor onze pastorie bewoners diende er ook een gedeelte te worden ingericht voor de groentetuin, een kippenhok kon hierbij niet ontbreken. Het was een jaarlijkse traditie dat er een processie in deze pastorietuinen werd gehouden. Ondanks de kerkelijke franje hadden deze toch een devote en een ingetogen uitstraling.

Beltrum, nov. 2008. Jan Kok,

,,oet Beltrum”

———————————————————————————

EEN STUKJE PAROCHIE – HISTORIE

Vandaag plaatsen wij een inzending van Marietje Stapelbroek-Hendriks, die mede namens haar man Jan vertelt over zijn werk rond de kerk en pastorie.

Na zoveel jaren werkzaam bij de kerk voor het merendeel in de tuin.

Nu het hertenkamp vernieuwd gaat worden, wil ik een belofte na komen. Enkele jaren geleden tijdens het uitreiken van de pauselijke versierselen en onderscheiding, heb ik aan het kerkbestuur toegezegd, dat ik namens Jan, er wel eens een stukje over wilde schrijven. Veertig jaar geleden bestonden de tuinen bij de kerk voor het grootste gedeelte uit bessenstruiken, fruitbomen, gras en een pad waar gebruik van werd gemaakt bij gelegenheid van de jaarlijkse Sacramentsprocessie.

In het jaar 1964 werd Dr. Alink als Pastor in Beltrum benoemd. Met hem kwamen er vele vernieuwingen binnen en buiten de kerk opgang. Het was in die dagen dat de heer Johan Huinink (Falkenborg), vanuit het kerkbestuur, Jan kwam vragen voor onderhoud aan de tuinen bij de kerk. Een mooi gezegde van hem was: „Er is niet veel geld maar wel veel werk.”

In de eerste jaren werd het meeste werk nog met de handen gedaan. Zo werd ook in de beginjaren van Pastor Alink de gehele moestuin en boomgaard onderhanden genomen om er vervolgens een hertenkampje aan te leggen. Ook het dames en heren toilet moest hier voor worden opgeruimd. Dit was het gebouwtje dat aan de rechterkant bij de ingang van de poort bij het kerkhof stond. De eerste herten werden door Pastor Alink aangeschaft. In die tijd werden ze nog met een net  gevangen en dan op gehaald. Joop Hoffman werd aangesproken om ze met een busje op te halen, al met al een heel karwei.

Ook werd er een Bentheimer put geplaatst, gekregen van de familie Bouwmeesters, toen wonende op erve Sonderen. Deze put is nu weer verplaatst en staat iets verderop in de tuin van Pastor Scholten.

Eveneens werd er een visvijver aangelegd. Er was zoveel werk dat Pastor Alink zelf aan de betonmolen stond, daarom dat deze vijver nog altijd goed in tact is. Voor de huishouding en de verzorging van pastorie (want in de eerste jaren was er ook nog een kapelaan aanwezig) had Pastor Alink een paar dames uit Beltrum. Met Pastor Alink kreeg ook de oude pastorie een andere bestemming …Weer ging de schop in de grond en werd op de plaats waar voor heen de speelplaats van de bewaarschool was (zo noemde men de kleuterschool in die tijd) de fundering uitgegraven om er een mooie bungalow te bouwen. Dit werd de nieuwe pastorie. De verhuizing van de veel grotere oude pastorie naar de veel kleinere woning had heel wat voeten in de aarde om alles een passende plaats te geven! Ook kwam er nieuwe bestrating zodat de Pastor en de kerkgangers met droge voeten in de kerk en pastorie konden komen. Pastor Alink heeft niet lang in de bungalow gewoond. Hij zag weer een nieuwe uitdaging en werd tot Pastor benoemd in Nieuwegein. Pastor Alink heeft veel veranderingen binnen en buiten de kerk doorgevoerd, wat ook wel eens de nodige problemen gaf bij de parochianen. Hij was in Beltrum van eind 1964—1971, zijn vertrek uit Beltrum heeft voor Jan vele herinneringen achter gelaten.

Na het vertrek van Alink kwam Pastor Brummelhuis naar Beltrum. Het was dus geregeld in en uitpakken, maar ook met pastor Brummelhuis kwam er binnen en buiten de kerk weer een heel nieuw tijdperk. Voor hem was het parochiegebeuren het belangrijkste en de opdracht naar Jan toe was dan ook: „Doe wat je goed lijkt met de herten en de tuinen rondom de kerk.” Met Zuster Eufenüa als huishoudster moest er wel een groentetuin komen want dat was haar grote hobby. Verse groente uit eigen tuin en een duifje voor de soep was ook van harte welkom. Zij was voor Jan een tweede Moeder! Wie kende haar niet in Beltrum, vooral van al haar werk wat ze daarvoor gedaan heeft als wijkzuster. Pastor Brummelhuis was de man op de juiste plaats en had voor iedereen een luisterend oor. Zijn fiets stond altijd in de startblokken, want binnen de kerk kwamen steeds meer vrijwilligers en moest er veel bijgeschoold en geregeld worden.

Toen dan ook, na acht jaar intensief bezig te zijn geweest in onze parochie, zijn vertrek naar Wehl werd aangekondigd, ging er een schok door Beltrum. Brummelhuis was Pastor in Beltrum van 1971—1979.

Ook was dat voor Jan een drukke tijd. Samen zijn we toen drie dagen meegegaan om met de Pastor en Zuster Eufemia, die met hem mee ging, alles een passende plaats te geven in de pastorie van Wehl.

Het was voor ons niet gemakkelijk om zo’n Pastor te verhuizen en los te laten. Als hij bij ons komt is een vast gezegde van hem: „Effen kieken höö ’t met broeder Jan geet.” De vriendschap is dan ook altijd heel hecht gebleven.

Ruim een maand moest de parochie verder zonder vaste Pastor. Maar in november 1979 kwam Pastor Scholten vanuit Twente naar Beltrum. Hij voelde zich hier al gauw op zijn gemak. Al gebeurde er in het eerste jaar al direct van alles binnen en buiten de kerk.

In januari ontplofte in de vroege morgen tegen zes uur de olieverwarmingsketel in de kelder van de kerk. Er was een enorme ravage en alles zat onder zwart, vet roet. De kerkdiensten werden toen verzorgd vanuit zaal Dute. Gelukkig was dit maar van korte duur. Er werd een schoonmaakbedrijf ingeschakeld en met medewerking van vele vrijwillige parochianen kwam alles netjes schoon en werd er ook een nieuwe gas c.v. ketel aangeschaft en zaten we er weer lekker warmpjes bij. In hetzelfde jaar kwam er ’s morgens heel vroeg een boodschap dat de herten op de straat liepen bij Spilman. Het gaas van het hertenkamp was open gesneden. Samen met politie en veearts is met veel moeite één hertenbokje terug gevangen. De week daarna is er aan de kerkdeur een collecte gehouden om een paar hertjes aan te schaffen. Maar eerst moest er nog nieuw gaas om het hertenkamp geplaatst worden. Al met al een heel werk, maar Jan, de Pastor en ook Zuster Inviolate, die toen als gastvrouw op de pastorie was, waren blij dat dit alles weer in orde was. Zonder herten bij de kerk is haast niet meer denkbaar. Ook kwam er de nodige nieuwe beplanting. Pastor Scholten hield van een mooie tuin en veel bloemen en kleur. Voor en achter de bungalow werd de tuin vernieuwd. In de zomer is het vaak een lust om te zien, al die bloeiende plantjes. We horen de mensen dan ook vaak zeggen in droge tijden; „Wi-j zaggen de Pastoor ok nog met ne geeter lopen!” Ook kreeg de groentetuin de nodige aandacht, veel groente en zelfs aardappelen werden er verbouwd, vooral toen Zuster Williebrorda en later Zuster Ludharda als gastvrouw op de Pastorie waren.

Meestal werd er nog wat ingeweekt of ingevroren, alleen die vervelende konijnen die ‘ s nachts de boel vernielden of opvraten! Een hele belevenis was het voor Jan toen bijna 10 jaar geleden (okt. 1996) de opgeknapte haan weer op de toren moest worden geplaatst. Samen met Joop de koster gingen ze in ’t schuitje naar boven. De trekzakken mee dus, er was tevens muziek op hoog niveau! Pastor Scholten was in onze parochie werkzaam van 1979—2000 vanwege zijn gezondheid is hij toen gestopt.

Beltrum is hem wel dierbaar, hij woont nog steeds op de bungalow waar hij alleen verder moet, omdat Zuster Ludharda door ziekte is overleden. Jammer dat dit alles moest gebeuren, met als gevolg dat er ook voor de parochie weer heel veel ging veranderen.

Ook Jan besloot in 2001 het werk bij de kerk minder te maken en alleen rond de bungalow de tuinen nog bij te houden. Hij is nu privé tuinman bij Pastor Scholten. Zo zien de mensen hem nog geregeld daar bezig en vooral nu alles weer vernieuwd gaat worden. Het hertenkamp, de herten en ook de tuinen hebben zijn grote belangstelling. Al die jaren heeft hij in goed overleg met de Pastores en diverse kerkbestuurders fijn en goed kunnen samenwerken.

Pastor Scholten is een heel goede vriend van Jan en Jan voor hem.

Als alles rondom kerk en pastorie klaar is, kan men genieten van het aanzien van de oude pastorie en het nieuwe hertenkamp.

Getekend door de vrouw van Jan, Marietje Stapelbroek  20-04-2006

AGENDA

sep
17
zo
hele dag Nationale collecte voor de Niers...
Nationale collecte voor de Niers...
sep 17 – sep 23 hele dag
Week 38 van 17 t/m 23 september Nationale collecte voor de Nierstichting. Zo werken gezonde nieren Gezonde nieren verwijderen afvalstoffen uit je bloed. Maar ze doen meer. Ze regelen ook je bloeddruk, en maken hormonen[...]
sep
27
wo
14:00 Woe. Inloopmiddag senioren in: ...
Woe. Inloopmiddag senioren in: ...
sep 27 @ 14:00 – 17:00
Inloopmiddag senioren in Woonzorgcentrum De Hassinkhof. Iedereen van harte welkom
sep
30
za
13:00 Klein chemisch afval (KCA) inlev...
Klein chemisch afval (KCA) inlev...
sep 30 @ 13:00 – 16:00
Klein Chemisch Afval (KCA) Twee keer per jaar zamelt de chemokar KCA in. Frituurvet en klein wit- en bruingoed (= alle elektra dat in een boodschappentas past) kunt u ook gratis met de chemokar meegeven.[...]
okt
4
wo
14:00 Woe. Inloopmiddag senioren in K...
Woe. Inloopmiddag senioren in K...
okt 4 @ 14:00 – 17:00
Inloopmiddag voor alle senioren in het  Kulturhus De Wanne